St. Quirinus

Doordat in Nijswiller de Dionysiusverering zo druk bezocht werd, wat ook een grote bron van inkomsten voor Nijswiller met zich meebracht en er in Wahlwiller geen verering was, besloot pastoor Eygelshoven (pastoor in Wahlwiller van 1906 tot 1917) op zoek te gaan naar een relikwie voor de parochie Wahlwiller.
Pastoor Eygelshoven was opgevallen dat veel mensen uit onze streek naar de plaats Roth (achter Aken) gingen om aldaar ene H.Quirinus te aanbidden tegen zenuw- en reumaziekten.
Ondernemend als de pastoor was, liet hij een beeld van de heilige vervaardigen en kreeg van het klooster van Wittem een relikwie van ene H.Quirinus.HQuirinus3

Het octaaf tegen zenuw- en reumaziekten van de heilige werd gehouden de eerste week van september, net zoals in Roth.
Enige jaren later werd door enkele deskundige beweerd dat de Quirinus relikwie niet de juiste was die men in Wahlwiller bedoelde te vereren. Uit geschiedkundige geschriften blijkt dat er vijf verschillende Quirini zij die vereerd worden, waarvan er één Bisschop is geweest, de tweede priester, de derde tribune, de vierde soldaat en de vijfde leek.
De leek-Quirinus noemt men ook de Romeinse Quirinus, omdat zijn gebeente is overgebracht vanuit Rome naar de Benedictijnen monniken van Tegernsee (Beieren).
De monniken hebben aan hun leek-Quirinus alles toegeschreven wat men maar aan een heilige kan toeschrijven zelfs dat hij bisschop is geweest, hier begint dus al de verwarring. Maar toch, de zaken gingen goed in Wahlwiller en de mensen uit de streek gingen niet meer naar Roth (bij Aken) maar kwamen allen naar Wahlwiller.
Geïnspireerd door de geruchten rond de relikwie, gingen de paters van Wittem, die predicatie hielden in Wahlwiller over Quirinus, naar Roth om er eens polshoogte te nemen.
De pastoor van Roth ontving hen vriendelijk, maar merkte op dat de drukte “aus Holland”  was afgenomen, omdat er een “eigen zaak had opgericht“.>
Tegelijkertijd merkte de pastoor op dat de verering in Roth op eenzelfde wijze was onstaan doordat de mensen vandaar naar Malmedy gingen waar men van de H.Quirinus (de priester) de meeste relikwieën bezit. Gebruikelijk is dat men de betreffende heilige viert op hun sterfdag, maar in de plaats Roth is de H.Quirinus, na het bouwen van een nieuwe kerk, de kerkpatroon geworden en wordt de heilige vereerd op de datum van de kerkwijding, deze datum is door Wahlwiller overgenomen.
Na een grondige inspectie van de relikwie van Wahlwiller bleek dat de relikwie (verkregen uit het klooster van Wittem) afkomstig was van de leek-Quirinus van de Abdy van Tegernsee in plaats van de Quirinus priester van Malmedy en Roth die men aanbad tegen zenuw-en reumaziekten.
Na dit was vastgesteld, hebben de paters van Wittem in 1934 met tussenkomst van de Belgische pater Victor de Bast uit Luik zich in verbinding gesteld met de deken van Malmedy.
Deze was wel bereid tegemoet te komen in de verstrekking van een relikwie van de H.Quirinus (priester) van Malmedy, maar dat ging niet zomaar, daar moest de Bisschop van Luik aan te pas komen, die op zijn beurt wel bewogen zou worden als men de bemiddeling inriep van de Bisschop van Roermond.
Zo berichte pater Kandelaars van Wittem de pastoor van Wahlwiller, dat het nog geruime tijd zou duren voordat Wahlwiller de juiste relikwie zou bezitten.
De correspondentie en de contacten met de bisschop van Luik, de deken van Malmedy en de Bisschop van Roermond verliep erg traag, omdat niet iedereen zich met de zelfde gedrevenheid voor de zaak inspande. Maar uiteindelijk, op 22 maart 1938, komt pater Kandelaars van Wittem naar de pastroor van Wahlwiller toe met de mededeling dat de relikwie op komst is.
Op donderdag 30 maart 1938 zijn pater de Bast en pater Kandelaars van Wittem naar pastoor Jongen toe gekomen en hebben hem de “veroverde *relikwie” van de H.Quirinus (priester) overhandigd.
Eindelijk na zovele jaren kon de juiste relikwie van de H.Quirinus in Wahlwiller vereerd worden.
[Marcel Ploemen,Wilder parochie “Bledje”, december 2002]