Ouderdom en restauraties

Blijkens onderzoeken dateert de kerk van Wahlwiller minstens uit de eerste helft van de twaalfde eeuw. Er zijn echter weinig ongeschonden bewaard gebleven om een exacte datering te vergemakkelijken.
In de eerste beschrijving wordt melding gemaakt van een rechthoekig en één-beukig schip met daarnaast een dito rechthoekige koorruimte, dit zijn de kenmerken van de eerste Christelijke zendelingenkerkjes.
Het vermoedelijke 12e eeuwse werk is te zien aan het schip met enkele kalkstenen muurgedeelten, met aan de noordzijde de in contour zichtbaar gebleven rondboogvenstertjes, en aan het schip (zuidkant) de overblijfselen van keien-muurwerk.

kerk5Aan het einde van de 16e eeuw (1594) was er een proces over de kerk van Wahlwylre. De commandeur van de Johannieterorde te Mechelen moest voor de renovatie van de kerk zorgen. De commandeur maakte bezwaar bij de Nuntius, deze trok het appel weer in en bracht de zaak voor het hof van Brabant. Het was een slepend proces, want 7 jaar later zegt een kerkvisitatiebericht over de kerk van Wahlwylre: 
ze is geheel bouwvallig en schijnt eer een schuur; er is geen vloer en geen glasvensters; ze is inwendig geheel desolaat. Het Allerheiligste werd bewaard in Mechelen omdat er gevaar was dat de kerk zou instorten.
Op 12 februari 1635 werd uitspraak gedaan door het hof van Brabant en moest de Commandeur (Dhr.van der Than) de kerk van Wahlwiller en ook de van Mechelen behoorlijk repareren en voorzien van een pastoor, de commandeur kwam echter zijn verplichtingen niet na.
In 1639 werd er een nieuwe commandeur aangesteld, Johannes Gobbet commandeur van Freiburg en Aken, deze begon meteen met de restauratie van de kerk van Wahlwiller.
Het werk werd voltooid in 1643, het lagere romaanse kerkgebouw werd verhoogd, de kerk kreeg spitsboogvensters en een nagenoeg vlakke gestukadoorde zoldering, tevens werd ook het priesterkoor gebouwd. In het koorgewelf zijn hiervan nog twee sluitstenen te zien, een met het jaartal 1643, de ander met een klimmende leeuw met de letters F,J, G. (Frater, Johannes, Gobbet). In 1644 stelde de commandeur Servatius Sichem aan als pastoor van Walwylre en Mechelen, in 1657 werd pastoor Sichem vervangen door pastoor Meyers.
Ondanks de restauratie was nog geen eeuw later het kerkje van Wahlwiller de ondergang weer nabij. In 1708 wordt beschreven dat er niet veel meer aan de kerk wordt gedaan dan wat pleisterwerk met leem en stro. In een kerkvisitatiebericht uit 1712 staat geschreven: er is in Wahlwiller geen sacristie, aan een kant ontbreekt het dak geheel, waardoor het gebinte spoedig zal ineen storten, zelfs de muren rotten.
Op 30 september 1738 werd door het Wittems gerecht een bevel uit gegeven dat Wahlwiller zelf de kerk moest herstellen, iets waar de inwoners van Wahlwiller hevig tegen protesteerden. Hoe deze twist is afgelopen is niet bekend, de restauratie is toen toch op een of andere manier tot stand gekomen.
In 1860 is oksaal met een door kolommen gedragen stuk vergroot en is de sacristie gebouwd. In 1890 zijn vier zware steunblokken tegen het koor geplaatst.
In 1909 was de volgende grote verbouwing, toen kwamen aan het schip de tegenwoordige grote romaanse vensters, het vergrote met kolommen gedragen oksaal (aangebracht in 1860) werd afgesproken, ook kwam het nieuwe gewelfd plafond tot stand, het oude plafond uit 1643 heeft men
kerk6 uit praktische redenen boven het nieuwe laten hangen en is nu nog goed te zien op de zoldering van de kerk.

In verband met de toenemende drukte tijdens het Quirinus octaaf besloot het kerkbestuur in 1934 voor uitbreiding van de kerk met het bijbouwen van een luchtverwarmingskelder en twee zijkapellen met ingangportalen. Tevens werd de triomfboog in de kerk groter gemaakt en het dak van het priesterkoor vernieuwd en een nieuw voorportaal gemaakt aan de hoofdingang. Bestek en voorwaarden werd opgemaakt door architect H. Cremers te Lemiers. Aannemer was gebr.van Wersch uit Mechelen en Gusting uit Wahlwiller.
De kerk van Wahlwiller werd ondanks alle verbouwingen en restauraties geteisterd door vocht. In 1978 waren de schilderingen die Aad de Haas van 1946 tot 1949 had aangebracht in de kerk, zodanig door het vocht aangetast dat deze dreigden verloren te gaan. Het kerkbestuur besloot tot een grote restauratie en het vochtvrij maken van de kerk. In 1979 startte de restauratie, men realiseerde, een drainage rondom de kerk, en vloerverwarming. In de zijkapellen verwarming onder de banken, en een goede luchtafvoer, in het middenschip werden de banken vervangen door losse stoelen etc.
Een restauratie die ongeveer ƒ 1.000.000 (€ 454.000) heeft gekost.
Tijdens de restauratie werd de H.Mis in de gymzaal van de basisschool opgedragen. Op de zondag van half vasten (Laetare) 1981 werd de kerk opnieuw ingezegend door Bisschop Gijssen en is de kerk van Wahlwiller, met de vele restauratie door de eeuwen heen, uiteindelijk in een optimale staat.
In 1995 besloot het kerkbestuur een aanvraag in te dienen voor een meerjarenonderhoudsplan (10 jaar) van beschermde kerkgebouwen, bij de Rijksdienst voor monumentenzorg, deze aanvraag werd in januari 1998 gehonoreerd. Met maximale subsidie van Rijk, Provincie en Gemeente wordt van 1998 tot 2008 ieder jaar aan de kerk gerestaureerd, zodat de kerk in perfecte staat blijft.
[Marcel Ploemen]